Uitleg voor het maken van een macramé armband met ronde glaskralen: (Zakjes A6 - A8 - B6 - B8)

Er zijn twee versies van deze armband met ronde glaskralen met daarin twee verschillende maten kralen:

Versie A 

  • De eindafwerking van deze armband heeft 6 minikraaltjes en 6 kwastjes. De draad kan niet worden gesmolten met een aansteker. 
  • De A6 kralen hebben een diameter van 6 mm - De A8 kralen hebben een diameter van 8 mm.

Versie B 

  • De eindafwerking van deze armband heeft 2 knoopjes. De draad kan worden gesmolten met een aansteker.
  • De B6 kralen hebben een diameter van 6 mm - De B8 kralen hebben een diameter van 8 mm.

Voor we gaan beginnen: Wat heb je, naast de inhoud van het zakje, verder nog nodig?

  • Voor het rijgen van de kralen raden we grote ogen inklapbare naalden aan (bijvoorbeeld de naalden van Beadalon van 0.51 mm). 
  • Voor het vastzetten van je werk is het handig om tape, en/of een kurken onderzetter met spelden, of een klembord, of optioneel een macramébord met pinnen te gebruiken.
  • Je hebt ook doorzichtige nagellak en/of nagellak in de kleur van het koord (of van de kralen) nodig.
  • Optioneel een aansteker (voor Versie B).
  • Een schaaltje of een diep bord.

1. Overzicht

  • Open het zakje en laat de inhoud er voorzichtig uit vallen. Doe dit bijvoorbeeld boven een schaaltje of een diep bord.
  • In ieder zakje zitten een aantal glaskralen én 3 draden. Dit zijn twee korte draden en één lange draad.
  • Heb je gekozen voor een eind afwerking met kraaltjes en kwastjes dan zitten er ook nog 6 kleine mini kraaltjes in het zakje.

2. Verdeling van de kleuren

  • Leg de 6 mm of 8 mm kralen in een rijtje van twee onder elkaar.
  • Heb je één kleur kralen in het zakje dan kun je deze stap overslaan. Maar, let op: Er kunnen echter ook lichte kleur verschillen zitten in de kralen met één kleur. Dat is ook de charme ervan. Dus misschien is het wel goed om even te kijken waar je de lichte en iets donkere kralen wilt hebben. Zo kun je de verschillende tinten in één kleur ook goed verdelen.
  • Zitten er duidelijk verschillende kleuren kralen in het zakje leg ze dan in de volgorde waarin je ze wilt knopen. Daardoor krijg je een mooie verdeling van de verschillende kleuren.

3. Leg de drie draden bij elkaar

  • Verzamel de drie draden en leg drie uiteinden bij elkaar waardoor ze op dezelfde hoogte liggen. Probeer de langste draad een beetje in het midden te houden.
  • Om de plek van de eerste losse knoop te kunnen bepalen plak je de drie draadeinden even vast op de ondergrond die je gebruikt, of leg er iets zwaars op. Je haalt dit straks weer los. Het gaat erom dat draadeinden even bij elkaar liggen zodat je erlangs kunt meten. 
  • Leg een meetlint of liniaal vanaf de bovenkant langs de draden.

4. Losse knoop

  • Onder de 11 centimeter maak je een losse knoop in de draden. Trek de knoop niet te hard aan want later haal je deze knoop er weer uit.
  • In dit voorbeeld gebruiken we een macramé bord en pinnen om de draden vast te zetten, maar je kunt natuurlijk ook een klembord gebruiken, of een kurken onderzetter met spelden, of de draden met tape op een andere ondergrond vastzetten.

5. Zet de knoop vast

  • Haal de drie uiteinden die je hebt vastgezet weer los.
  • Pak de drie draden met de losse knoop en verschuif de knoop naar de bovenkant van je ondergrond. In ons geval is dat de bovenkant van een macramébord. 
  • Zet de knoop goed vast. Gebruik een speld, pin of tape. Gebruik je tape; houdt dan de onderkant van de knoop vrij. Het gaat erom dat de knoop niet meer kan verschuiven.
  • De draden met de 11 cm lengte liggen nu los aan de bovenkant van de knoop en van het macramébord.
  • Zet dit gedeelte van 11 cm ook goed vast.  Je kunt er iets zwaars op zetten of de draden boven de knoop vast aan de tafel tapen waar je aan werkt. Of klem ze tussen de beugel van een klembord, of in ons geval, trek ze naar achteren tussen twee getallen van het macramébord.
  • Zorg er voor dat de onderkant van de knoop vrij ligt omdat je daar tegenaan begint met knopen en je eerste kraal ertegen aan komt te liggen.

6. Rijg de naalden aan de korte draden

  • Dit is de laatste stap voordat je kunt beginnen met het rijgen van de kralen en het maken van de macramé knopen.
  • Leg de twee korte draden aan de buitenkant en zorg dat de lange draad in het midden ligt.
  • Rijg twee naalden aan de korte draden. (Of gebruik 1 naald en wissel telkens van de ene naar de andere korte draad.) In dit voorbeeld hebben we twee grote ogen naalden gebruikt van 0.51 mm.
  • Aan deze korte draden rijg je straks aan weerszijden van de lange draad de kralen.

7. Maak de eerste lus

  • Met de lange draad in het midden ga je de macramé knopen maken en de kralen vastzetten.
  • Pak de middelste lange draad en maak je eerste lus over de rechter korte draad. Daarvoor gaat de draad eerst óver de rechter korte draad heen en daarna er onder door. Er ontstaat een lus.

8. Schuif de lus omhoog

  • Schuif deze lus voorzichtig omhoog naar de knoop.
  • Schuif net zolang tot de lus zich verkleint en tegen de knoop aanligt. 
  • Let erop dat de knoop niet verschuift.

9. Trek aan

  • Trek de lus goed aan.
  • Help desnoods mee met je vingers om de lus zo klein mogelijk te maken, maar zorg dat de knoop op zijn plaats blijft.

10. Maak een tweede lus

  • Maak nu een tweede, tegengestelde lus, over dezelfde korte draad.
  • Je begint anders: De lange draad gaat nu eerst ónder de korte draad, daarna er overheen en daarna weer onder zichzelf. Je hebt nu weer een lus gemaakt: een tegengestelde lus.
  • Deze lus zorgt er voor dat de eerste lus goed blijft zitten.
  • De lus schuif je weer omhoog en trek je goed aan.

11. De eerste macramé knoop

  • Je hebt nu je eerste macramé knoop gemaakt aan de rechterkant. Dit heet een staande festonknoop.
  • Kijk goed naar de foto. De knoop heeft een breed gedeelte dat naar midden van het groepje draden wijst en twee korte lussen aan de rechterkant. Let er op dat je knoop er altijd zo moet uitzien (aan de linkerkant ziet de knoop er straks hetzelfde uit, maar dan in spiegelbeeld).
  • Trek het geheel nog een keer goed aan.

12. De eerste kraal rijgen

  • Rijg nu je eerste kraal aan de linker korte draad en schuif de kraal omhoog naar de losse knoop.
  • Duw de kraal goed tegen de losse knoop aan.
  • De eerder gemaakte macramé knoop of festonknoop zit aan de rechter bovenkant van de kraal.

13. De kraal vastzetten met een linker festonknoop

  • Je gaat de kraal ook vastzetten met een festonknoop. Volg de stappen voor het maken van de festonknoop die je hebt gemaakt aan de rechterkant. Maak daarvoor dezelfde lussen, maar nu in spiegelbeeld: 
  • Pak daarvoor de lange draad en vorm een lus door de draad óver de linker korte draad te leggen en daarna er onderdoor.
  • Trek goed aan, tegen de kraal aan, maar zorg dat je werk wel recht blijft; dus onder de kraal blijft. 
  • Maak daarna de tweede lus: de lange draad gaat onder de korte linker draad, daarna er overheen en daarna weer onder zichzelf. Je hebt nu een nieuwe festonknoop gemaakt.
  • Als het goed is heeft die linker festonknoop een breed gedeelte dat naar de binnenkant van het groepje draden wijst en twee korte lussen die aan de linkerkant zitten. Kijk voor de zekerheid nog even goed naar de foto.
  • De al eerder gemaakte rechter festonknoop schuift vanzelf nog iets naar boven en ligt nu rechts aan de bovenkant van de kraal.

14. Rijg een tweede kraal en maak een festonknoop

  • Rijg een kraal aan de rechter korte draad en maak weer een eerste lus voor een festonknoop.
  • Trek goed aan.
  • Maak de tweede lus, trek goed aan en je hebt ook deze kraal vastgezet met een festonknoop.

15. Zigzagpatroon

  • Rijg nu je derde kraal. Zorg dat deze goed aansluit tegen de bovenste festonknoop en sluit deze weer met een festonknoop.
  • Blijf het geheel steeds goed aantrekken en zorg dat je goed recht werkt.
  • Controleer daarvoor steeds of de festonknopen én de kralen in dezelfde rij goed onder elkaar liggen.
  • Als het goed is vallen de kralen vanzelf tussen elkaar en vormen een zigzagpatroon met de draden.
  • Blijf de kralen goed aansluiten en de knopen goed aantrekken.

16. Blijf doorgaan en zet het gemaakte gedeelte goed vast

  • Blijf doorgaan met rijgen van de kralen en het knopen van de festonknopen.
  • Wanneer de armband langer wordt is het handig om het reeds gemaakte gedeelte vast te zetten met pinnen of tape.
  • Je kunt daardoor de draden ook beter aantrekken. 
  • verplaats de pin of de tape regelmatig.
  • Blijf dit om de twee á drie kralen doen.
  • Wanneer je ziet dat een gedeelte te los zit, of dat je werk niet meer recht is, haal het desnoods weer uit en maak de festonknoop opnieuw, terwijl je de draden nog strakker aantrekt.

17. Maak een dunne vlecht

  • Blijf doorgaan tot de kralen op zijn en maak je laatste festonknoop onder de laatste kraal.
  • Maak nu een strakke dunne vlecht onderaan de laatste twee kralen:
  • Start met de vlecht door de hoogste draad tussen de twee laagste draden te schuiven. Van daaruit kun je verder vlechten.
  • Probeer ook de vlecht zoveel mogelijk te laten beginnen vanuit het midden van de twee kralen. 

18. Vlecht in totaal 8 cm

  • Maak de vlecht 8 centimeter lang.
  • Plaats een pin of spelt of gebruik tape om de vlecht even vast te zetten op de hoogte van de 8 cm of daaronder.
  • Pak een meetlint of liniaal om de 8 cm goed te bepalen.
  • Laat het meetlint of liniaal liggen langs de vlecht.

19. Maak een knoopje in de vlecht

  • Maak een knoopje in het onderste gevlochten gedeelte, terwijl je het meetlint of liniaal laat liggen.
  • Door het knoopje te maken in de vlecht en niet in de losse drie draden, blijft het knoopje beter zitten.
  • Trek het knoopje stevig aan. De vlecht met knoop wordt nu zo'n 6,5 cm lang. Schuif desnoods het  knoopje nog iets omhoog of omlaag om de goede lengte te verkrijgen.
  • Knip nog geen draden af!
  • Laat de draden dus aan de onderkant van het knoopje nog zitten.

20.  De afwerking van het knoopje (De A versie)

  • Heb je een armband met minikraaltjes? 
  • Fixeer het knoopje met doorzichtige nagellak.
  • Laat het minimaal een uur drogen.
  • Knip de draden aan de onderkant niet af.

20.  De afwerking van het knoopje (De B versie)

  • Heb je een armband zonder minikraaltjes? 
  • Fixeer het knoopje ook met (doorzichtige) nagellak.
  • Laat minimaal een uur drogen.
  • Knip de draden onder de knoop af.
  • Smelt de losse draadjes met een aansteker. Doe dit heel kort. Bedenk wel dat hierdoor de onderkant iets donkerder kan worden.
  • Gebruik daarna de aansteker (zonder vlammetje) om de gesmolten draadjes nog iets in elkaar te duwen en vorm een mooi bolletje. 
  • Gebruik eventueel nagellak om te camoufleren.
  • Heb je nagellak gebruikt om te camoufleren: Laat het knoopje daarna minimaal 1 uur drogen.
  • Bewaar het lange stuk draad dat je over hebt.
  • Ga naar stap 23.

21. Alleen voor Versie A

Je kunt deze stap overslaan wanneer je geen mini kraaltjes hebt.

  •  Wanneer je nog 6 mini kraaltjes over hebt dan rijg je nu 3 kraaltjes aan de onderste 3 draden. 

22. Alleen voor Versie A

Je kunt deze stap overslaan wanneer je geen minikraaltjes hebt.

  • Schuif alle kraaltjes helemaal naar boven naar de knoop onder de vlecht.
  • Bepaal waar je de minikraaltjes wilt hebben op elk draadje en maak een klein knoopje onder die plek.
  • Fixeer de knoopjes weer met nagellak.
  • Laat drogen.
  • Knip af op de gewenste lengte voor het kwastje en pluis de uiteindes van de draadjes iets uit. (Je kunt natuurlijk ook de kwastjes weglaten en direct onder de knoopjes de draadjes afknippen wanneer je dat mooier vindt.)
  • Bewaar het lange stuk draad dat je over hebt.

23. Maak de andere kant van de armband af

  • Haal de armband van het bord of de tape af.
  • Haal de losse knoop aan de bovenkant uit elkaar. Draai je werk en zet de armband weer vast. Als het goed is ziet het er nu zo uit als op de bijgaande foto.
  • De eerste kraal die je hebt geregen heeft nog geen festonknoop aan de onderkant. Dat klopt.
  • Maak daarom nu een festonknoop om de rechter korte draad om het netjes af te sluiten.
  • Maak nu weer een vlecht met aan het uiteinde een knoopje met de afwerking volgens de versies A en B. Herhaal daarvoor de stappen 17 t/m 22.

24. De sluiting maken

  • Je gaat nu de sluiting van de armband maken met het stuk draad dat je nog over hebt. 
  • Plaats de twee gevlochten uiteinden in tegenstelde richting naast elkaar. De armband blijft daardoor in een halve cirkel liggen. Probeer de vlechten zo plat mogelijk te leggen.
  • Zet de vlechten aan de bovenkant vast met een pin of met tape. Het is de bedoeling dat de vlechten niet meer verschuiven.
  • Schuif  het lange stuk draad dat je nog over hebt van links naar rechts met een lus onder de twee vlechten, vlak onder de plek waar de vlechten zijn vastgezet.
  • Hier zie je op de foto dat de draad onder de vlechten door wordt gehaald.
  • Trek de uiteinden omhoog en probeer aan weerszijden van de vlechten ongeveer evenveel draad te hebben. Zet de draad desnoods vast met een pin of tape wanneer je dat makkelijker vindt. 

25. Begin met weitasknopen maken

  • Met de twee draden aan weerszijden maak je nu de sluiting.
  • Dat doe je door platte weitasknopen te maken. Dat doe je als volgt:
  • Pak de linker draad en leg die óver de twee vlechten naar rechts.
  • Pak de rechter draad en leg die óver de linkerdraad en schuif daarna de rechter draad onder de twee gevlochten uiteinden door de lus aan de linkerkant.

26. De eerste weitasknoop

  • Trek de knoop aan. Doe dit strak genoeg, maar zodanig dat de twee vlechten nog naast elkaar blijven liggen.
  • Kijk naar de foto: Er loopt nu een langere draad over de vlechten en aan de rechterkant ligt nu een lusje over de rechter draad.
  • Dit is een platte weitasknoop.

27. De tweede weitasknoop

  • Maak nu op dezelfde wijze een knoop, maar nu in spiegelbeeld:
  • Begin daarvoor met de rechter draad. Leg die draad over de vlechten naar links.
  • Pak de linkerdraad, leg die óver de rechter draad en schuif daarna de linker draad onder de twee gevlochten uiteinden door de lus aan de rechter kant.
  • Trek aan. Stevig, maar niet té strak. Je wilt wel dat deze sluiting straks makkelijk te verschuiven is.
  • Kijk naar de foto: Er loop nu opnieuw een langere draad over de vlechten en er is een lusje gevormd aan de linkerkant van de vlechten.

28. Maak 5 of 6 weitasknopen

  • Maak nu om en om weitasknopen in spiegelbeeld. Je maakt daarmee kleine V's over de twee vlechten.
  • Wanneer je niet meer weet aan welke kant je verder moet omdat je misschien even bent gestopt, kijk dan naar het laatste lusje aan de linker- of de rechterkant.
  • De draad aan de kant waar het lusje zit is de draad waar je weer mee verder moet.
  • Op de foto zit het laatste lusje aan de linkerkant. De linkerdraad is dan de begin draad.
  • Maak vijf of zes lusjes. Zorg ervoor dat het er evenveel zijn aan weerskanten. Trek goed aan.

29. De afwerking van de sluiting (Versie A)

  • Heb je een armband met minikraaltjes? 
  • Fixeer de eind draden van de sluiting met doorzichtige nagellak. 
  • Leg een papiertje onder de sluiting en druppel de nagellak zoveel mogelijk over de lussen en de eind draad.  Let op dat je geen nagellak op de vlechten laat lopen.
  • Laat het drogen. Wacht tot de volgende dag voor de laatste stappen. 
  • Knip daarna de draden af. Probeer dit zo strak mogelijk te doen tegen de lussen aan.
  • Heb je een nacht de nagellak laten drogen? Dan kun je nu de sluiting verschuiven.
  • Of anders: Wacht minimaal acht uur voordat je de sluiting verschuift.

29. De afwerking van de sluiting (versie B)

  • Heb je een armband zonder minikraaltjes? 
    Gebruik je een aansteker:
  • Fixeer de eind draden van de sluiting eerst met een klein beetje doorzichtige nagellak. Daardoor zullen de draden niet verschuiven als je ze afknipt. Let op dat je geen nagellak op de vlechten laat lopen.
  • Laat het drogen.
  • Knip draden af.
  • Smelt de draadeinden. Op de foto gebruiken we een elektrische aansteker, maar iedere gasaansteker werkt ook natuurlijk. Doe dit heel kort en heel voorzichtig. Bedenk wel dat hierdoor de randen iets donkerder kunnen worden.
  • Eventueel kun je met een andere kleur nagellak de uiteinden nog camoufleren. Laat dit ook drogen.
  • Wanneer de draadeinden goed zijn gesmolten tegen de laatste lussen aan, dan kun je de sluiting direct verschuiven.
  • Vind je het smelten toch te eng: gebruik dan de doorzichtige nagellak.
    Gebruik je doorzichtige nagellak:  
  • Kijk dan bij de afwerking van de sluiting (Versie A).

30. Klaar!

  • Gefeliciteerd! Je zelfgemaakte macramé armband is klaar!
    Klaar om te dragen!